Deze afbeelding is voornamelijk bekend als tabel 88C3 in BiNaS zesde editie.
The Game of Riddles geeft ons een interpretatie van John Tolkiens personages Bilbo en Gollum wanneer zij raadsels uitwisselen in de grotten onder de Nevelbergen.
Cirkellimiet IV (Hemel en hel) is het laatste werk van een viertal houtsnedes die zijn gebaseerd op de hyperbolische meetkunde. Escher heeft zich laten inspireren door een artikel van Harold Coxter over betegelingen van het hyperbolische vlak. Zelf gaf hij toe geen woord te begrijpen van de inhoud van het artikel, hij was enkel onder de indruk van een afbeelding die een visualisatie gaf van het vlak.
Van morgen ijlt mijn tuinman, wit van schrik,
Pieter van Eyck
Mijn woning in: 'Heer, Heer, één ogenblik!
Ginds, in de rooshof, snoeide ik loot na loot,
Toen keek ik achter mij. Daar stond de Dood.
Ik schrok, en haastte mij langs de andere kant,
Maar zag nog juist de dreiging van zijn hand.
Meester, uw paard, en laat mij spoorslags gaan,
Voor de avond nog bereik ik Ispahaan! -
Van middag - lang reeds was hij heengespoed -
Heb ik in 't cederpark de Dood ontmoet.
'Waarom,' zo vraag ik, want hij wacht en zwijgt,
'Hebt gij van morgen vroeg mijn knecht gedreigd?'
Glimlachend antwoordt hij: 'Geen dreiging was 't,
Waarvoor uw tuinman vlood. Ik was verrast,
Toen 'k 's morgens hier nog stil aan 't werk zag staan,
Die 'k 's avonds halen moest in Ispahaan.'
Voor dit gedicht heeft Pieter van Eyck zich laten inspireren door een bestaand verhaal. Het verhaal kent vele varianten; De Tuinman en de Dood komt het meest overeen met die in Le grand écart door Jean Cocteau.
Een zintuig is
Thomas Jung
logisch
etymologisch
de drager der betekenis.
Te weten verscheen in november 2025 op het online platform wiki.fietsennaarmaastricht.nl als deel van de bundel Moments Inspirés. Later werd het gedicht verplaatst naar de bundel Moments Inspirés Encore.
Streep mijn naam maar weg
Peter Slager
Uit je boekje met adressen
Veel vijven, nog meer zessen
Nu ik alles open leg
Nu ik alles kan bekennen
Moet jij er nog aan wennen
Dat het waar is wat ik zeg
Streep mijn naam maar weg
Blader maar niet meer
In het album met portretten
En vergeelde droogboeketten
Leg ze nu maar neer
Als een boek uit vroeger tijden
Want je leest het maar één keer
Blader maar niet meer
Leugens zijn zo prachtig
Zo stil er raadselachtig
Zolang ze nog zichzelf zijn
Zolang je ze gelooft
Laat ze rusten in je hoofd
Want de waarheid doet pas pijn
Blader maar niet meer
In je dagboek en je schriften
Alle potloden en stiften
Schreven nooit iets neer
Dat je nu houvast kan geven
Dat je nu laat overleven
Doe nog één keer wat ik zeg
Streep mijn naam maar weg
Peter Slager schreef Streep mijn naam maar weg als deel van het muziekalbum Watermakers. In dit blog is het als gedicht gepresenteerd, maar oorspronkelijk is het dus als lied uitgekomen.
Bij dalende dag en dovend licht
David
En leden die hangen met groot gewicht
Zink ik terug in droom en nevel
En wacht mij zaligheid of geluk ontwricht
Ziel weggetrokken in verborgen vouw
V'rschijnt dan naast mijn omhulsel een vrouw
Zij fluistert mij al die zoete leugens
Die ik zoo graag horen zou
In haar woorden al het begeerde bevat
En alle blijdschap die ik ooit vergat
En rozen en honing en zon en kandij
En warm geluk stralend alom, totdat
Waken sleurt mij uit mijn waan
Met handen leeg en hart ontdaan
Ik sluit mijn ogen, tracht terug te grijpen
Naar dat wat nooit, nooit heeft bestaan
Dit gedicht verscheen in juli 2026 in dezelfde bundel als Te weten
ENT
Vertaling door Max Schuchart
Als voorjaar 't beukeblad ontvouwt en sap de tak verrijkt,
Als licht op wilde bosstroom schijnt en wind langs voorhoofd strijkt,
Als lang de pas is, adem diep, de berglucht scherp als zand,
Keer terug tot mij. Keer terug tot mij en zeg schoon is mijn land.
ENTVROUW
Als Lente komt naar tuin en veld en 't koren rijpt in de aar,
Als bloesems schitterende sneeuw neerdaalt over de gaard,
Als zon en regen de aarde geuren doen als pittig hooi,
Dan blijf ik hier en keer niet terug, want mijn land is te mooi.
ENT
Als zomer over wereld ligt en in een dag van goud
Onder een slapend bladerdak een boomdroom zich ontvouwt,
Als bossen groene zalen zijn en wind waait uit het west',
Keer terug naar mij, Keer terug naar mij en zeg mijn land is 't best.
ENTVROUW
Als Zomer 't rijpend ooft verwarmt in stralend zonnebad,
Als stro goudgeel is, wit de aae, en oogst komt naar de stad,
Als honing druipt en appel zwelt, al is de wind ook west,
Dan blijf ik hier onder de zon, want mijn land is het best.
ENT
Als Winter komt, de Winter wild, die het bosleven dooft,
Als bomen vallen, donkere nacht de dag van zon berooft,
Als wind uit 't oosten dodelijk blaast, in bitter regenweer,
Dan zoek ik u en roep uw naam. Dan keer ik tot u weer.
ENTVROUW
Als winter komt, gezang verstilt en duister eindelijk valt,
Als kale tak gebroken is; licht, werk gedaan is, al,
Dan zoek ik u en wacht op u tot w; elkaar weerzien
En samen gaan wij dan de weg waarom de regen striemt.
SAMEN
En samen gaan wij dan de weg die naar het westen leidt,
En vinden dan een land ver weg waar rust ons hart verblijdt.
Dit gedicht verscheen oorspronkelijk in het Engels in het boek The Lord of the Rings door John Tolkien. Het boek is door Max Schuchart vertaald naar het Nederlandse In de ban van de ring, waar dit gedicht in deze vorm verscheen.